zomerkermis

danseres

 boerin voert de kippen en de haan

Als je van de hoofdweg afgaat en op de driesprong bij de vier eeuwenoude eiken om je heen kijkt, zie je tussen de esdoorns een klein huisje, als een scheefgezakte paddenstoel.
’s Zomers nodigen de geurende rozen en de stokrozen, de clematis en alle kruiden je uit om het pad naast het huis in te gaan.
In de herfst, de bergen bladeren en de honderden kastanjes. Sommige nog in hun stekelige bast, maar ook glanzend glad.
Want als we het pad langs het huis aflopen, langs de schildpad en de lapjespoes, dan lopen we richting spelkamer onder de grote kastanjeboom. Soms ploft er een kastanje op het dak.
In de winter is het pad een glijbaan en het gras is wit als een sneeuwtapijt. We zien vanuit het raam een roodborstje onder de rododendron, daar heeft het z’n nestje.
Als het lente wordt staan in het gras de sneeuwklokjes samen met de goudgele winterakonieten. Ze staan aan de voet van het beeld ‘de Morgenster’.

Als we de spelkamer inlopen en de deur achter ons sluiten zet Yvonne de wekker op 45 minuten. De tijd gaat lopen.
De eerste keer als je komt kijk je om je heen. Je staat midden tussen het speelgoed. Te veel om op te noemen. Dit speelgoed heb je nog nooit gezien. Jij mag gaan spelen.

website febr 2009 trappen .jpg

De tijd verstrijkt, je kijkt op van het rinkelen van de wekker. 
Dat is even schrikken, is het al tijd?
Je pakt je jas, geeft Yvonne een hand en samen lopen we langs het huis, nog even de schildpad gedag zeggen en de poes aaien. 
Daar staat mama: “Fijn gespeeld?” vraagt ze. Je klimt achterop de fiets of achterin de auto en zwaait.
“Dag tot volgende week” Een paar kastanjes in je zak.